
De
Vlaamse Gaai
door Loes
Knoop
Hallo allemaal, ik doe
mijn spreekbeurt over de Vlaamse Gaai. Ik doe het over de Vlaamse gaai omdat er
bij ons ook Vlaamse gaaien in de tuin zitten.
1. De Vlaamse Gaai
Door de mooie kleuren
valt de Vlaamse Gaai goed op. Bovendien hoor je zijn geschreeuw van ver. Als je
een Vlaamse Gaai vergelijkt met een duif zijn ze even groot alleen de kop van de
Vlaamse Gaai is veel dikker.
Hier naast staat een
afbeelding van de Vlaamse Gaai. Je ziet vooral dat hij een bruin-roze kleur
heeft. Op allebei de vleugels heeft hij twee vlekken. De ene vlek is fel wit en
de andere vlek heeft kleine witte, zwarte en blauwe streepjes. Dat zijn de
dekveren.
De zwarte staart op het
witte achterlijf valt goed op. Op zijn keel onder zijn snavel heeft hij nog een
witte vlek. Boven op zijn kop is hij wat lichter van kleur. Maar daar zitten
weer allemaal kleine donkere streepjes. Als een Vlaamse Gaai kwaad wordt, zet
hij de veren van zijn kop rechtop. Dan krijgt hij een soort kuifje. Dat ziet er
geinig uit. Een Vlaamse gaai kan er ook heel deftig uitzien. Dat komt door de
dikke zwarte strepen naast zijn snavel. Nu lijkt het net of hij een snor heeft.
Maar soms zijn Vlaamse
Gaaien ook erg vervelend.
(verhaal vertellen
van de bonen van Opa die opgegeten werden door de Vlaamse Gaaien)
Het mannetje en het
vrouwtje zien er precies hetzelfde uit. Dat is bij de meeste andere vogels niet
zo, meestal heeft het mannetje mooiere veren. De jonge Vlaamse Gaaien lijken
heel erg op hun vader en moeder.
2.
Familie
In ons land leeft maar
één soort gaai. De Vlaamse Gaai. In het zuiden van Amerika leeft ook nog de Amerikaanse
Blauwe Gaai.
De Vlaamse gaai hoort
bij de kraaien familie. Net zoals Zwarte Kraaien, de Kauw en de Ekster. Dat zou
je niet zo snel zeggen. Hij is een kleurig buitenstaandertje in die zwarte
familie. Maar als de Vlaamse Gaai vliegt kun je wel zien dat hij bij de familie
hoort, hij vliegt erg slordig, net zo als de Ekster. Alsof hij niet kan vliegen.
Op de grond hipt hij meestal rond. Dat zie je bij de Ekster ook. Met zijn
streken past hij ook wel bij de familie. Hij steelt ook nog wel eens eieren uit
een nest van andere vogels. De Vlaamse Gaai is wel banger dan zijn familie.
3.
Eten
De Vlaamse gaai vindt
eikels het lekkerst. Op sommige plaatsen in ons land noemt men hem daarom ook
wel eikel-ekster. In de herfst liggen
de eikels op de grond. Dan kan de Vlaamse Gaai er lekker van eten. Maar hij moet
ook eikels verzamelen voor de wintervoorraad. De Vlaamse gaai lust nog veel
meer. Bessen en andere vruchten uit het bos vindt hij ook lekker. Insecten eet
hij ook. En heel soms eet hij ook jonge vogeltjes. De Vlaamse Gaai is dus een alleseter.
4.
een echte kletskous
De Vlaamse Gaai kan de
liedjes van verschillende vogels nadoen. Die liedjes heeft hij geleerd van de
andere vogels. Hij kan ze heel goed nadoen. Je hoort bijvoorbeeld het geluid van
de merel, de koolmees en de buizerd. Er komt geen einde aan. Je zou haast denken
dat die vogels echt bij je in de buurt zitten. Maar als je daarna ook nog een
geit hoort mekkeren heb je wel door dat je voor de gek word gehouden.
Stel je voor. Een man laat elke dag zijn hond uit in het park. Als hij weer naar huis wilde floot hij op zijn vingers. De hond kwam dan meteen aangerend. Hij herkende het fluitje, want de man floot elke dag hetzelfde. Op een morgen liep de man weer in het park. Plotseling hoorde hij zijn eigen fluitje. Een Vlaamse gaai had het geleerd en floot hem na.
De Vlaamse Gaai heeft
ook een heel deftige Latijnse naam: GARRULUS
GLANDARIUS. Dat betekent kletskous van de eikels. In het voorjaar zingt de
Vlaamse Gaai zijn eigen liedje. Vooral als er meer Gaaien in de buurt zijn. Soms
zitten er een stuk of 10 Vlaamse Gaaien elkaar achterna. Van tak tot tak en van
boom tot boom. Ondertussen zingen de mannetjes een zacht trillend liedje. Je zou
haast niet geloven dat die druktemakers zo
mooi konden zingen.
5.
Het broeden
In april is het tijd om
een nest te bouwen. Het mannetje en het vrouwtje vliegen de hele tijd heen en
weer met takjes in hun snavel. Met die takjes vlechten ze een nest in elkaar.
Met een beetje aarde smeren ze de gaten dicht. Soms zit een nest maar 2 meter
hoog in een boom maar het kan ook veel hoger zitten. De binnenkant van het
kleine nest wordt zacht gemaakt met dor gras, mos, haren en wortels van planten.
Als het nest helemaal af is gaat het vrouwtje er in zitten en legt een stuk of 6
eieren. Ze doet er een paar
dagen over. De eieren hebben een groengrijze kleur.
Ze zitten vol bruine spikkeltjes. Niet alleen het vrouwtje zit op de eieren, ook
het mannetje zit er op. Ze broeden om beurten. Wie niet op het nest zit, gaat
eten zoeken.
In de eieren groeien
langzaam maar zeker de jonge vogeltjes. Na ongeveer 16 dagen zijn ze zo groot
dat ze uit het ei willen. Maar voor hen is de eierschaal erg hard. Dan komt de
knobbel op de snavel goed van pas. Die knobbel noemt men: de ei-tand. Die hebben
de jonge vogeltjes nodig om de
harde schaal kapot te tikken. Als de jongen eindelijk uit het ei zijn gekropen
is die tand niet meer nodig. Na een poosje valt hij er dan vanzelf af.
De jonge vogeltjes zijn
nog maar kale, hulpeloze beestjes. Het zijn nestblijvers. Ze moeten eerst nog flink groeien. En net zulke mooie
veren krijgen bals hun ouders. Dan mogen ze pas het nest uit. Andere vogels of
eenden die al heel snel na hun geboorte het nest uit gaan worden ze nestvlieders
genoemd.
6. Groeien
Als de jongen uit de eieren komen moeten ze goed en veel eten. En dat doen ze ook. Kort nadat de kleine Gaaien uit de eieren komen steken ze hun kopjes omhoog en doen hun snaveltjes open. Ze kunnen nog niet zien, als het nest begint te trillen weten ze dat hun ouders in de buurt zijn en beginnen te piepen. Na een paar dagen gaan de oogjes open. De jongen groeien maar door en door en hebben meer en groot voedsel nodig. De ouders kijken zelfs in nesten van andere vogels. Ze slurpen de eieren leeg en eten de jonge vogeltjes op. Zelfs jongen die al vliegen zijn niet veilig voor deze rovers. Na ongeveer 3 weken zijn de kleine Gaaien zo groot dat ze kunnen vliegen, ze hebben al een beetje geoefend in het nest, maar in de lucht is toch moeilijker. Ze proberen en proberen. Na een tijdje lukt het, en doen alsof ze het allang konden. Als de jongen na een paar maanden bij hun ouders weggaan kunnen ze helemaal voor zichzelf zorgen.
7.
Een mierenbad
De Vlaamse Gaai is
zuinig op zijn veren. Ze moeten altijd netjes glad op zijn lijf liggen en schoon
zijn. Als hij tijd heeft is hij met zijn veren bezig. Hij trekt ze omstebeurt
door zijn snavel heen. Als er een veer schoon is, legt hij hem op de goede
plaats terug. Met zijn poten kamt hij de veren op zijn kop. De Vlaamse Gaai
heeft soms last van veerluizen. Daar
heeft hij een middeltje voor: mierenzuur.
Hij houdt met zijn snavel een dikke mier tussen zijn veren. De mier wil zich
verdedigen en spuit mierenzuur uit zijn achterlijfje naar de vogel. De grote
gaai merkt er haast niets van. Maar de veerluis kan er niet tegen en gaat dood.
Als de mier gedaan heeft wat hij moest doen, wordt hij opgegeten. Als de Vlaamse
Gaai een mierenbad wil nemen, gaat hij op een mierenhoop zitten en zet zijn
vleugels uit. Heel veel mieren spuiten tegelijk mierenzuur, daar kan geen
veerluis tegen.
8.
Een schadelijke vogel?
Soms eet een Vlaamse
Gaai eieren of jongen vogeltjes, veel mensen noemen hem daarom een moordenaar,
nestplunderaar of een struikrover. Het is geen leuk gezicht hoe zo een klein
vogeltje in de snavel van die grote vogel verdwijnt. Maar zo gaat dat in de
natuur. Zangvogels eten insecten, de Vlaamse Gaai eet zangvogeltjes en de havik
eet weer Vlaamse Gaaien. Dit noem je een voedselketen.
De natuur zorgt er dan zelf voor dat er van sommige dieren niet te veel komen.
Dus we hoeven helemaal niet boos te zijn op die Vlaamse Gaai. Want hij doet ook
mee in die voedselketen. Alle zangvogels zijn niet meteen verdwenen in het bos
waar de Vlaamse Gaai leeft. Zoveel eet hij er niet. Hij haalt alleen in de
broedtijd wel eens een nest leeg. En meestal broeden zangvogels dan nog wel een
keer. En zo zijn er nog steeds genoeg zangvogels. 
9.
Een nuttige vogel!
De Vlaamse Gaai doet
ook heel nuttig werk. Hij zorgt er voor dat er nieuwe eikenbomen bij komen. Voor
de winter of voor het vroege voorjaar verzamelt de Vlaamse Gaai in de herfst
eikels. Hij vliegt naar een plek waar veel eikels liggen en neemt er een stuk of
acht in zijn keel mee. Zijn keel komt helemaal bol te staan. Eén eikel houdt
hij nog in zijn snavel vast. Dan vliegt hij terug naar zijn eigen gebied.
Meestal laat hij ook nog wel eens een eikel vallen op de grond. Soms komt er dan
na een paar jaar een eikenboom te voorschijn. Maar de meeste eikels komen goed
over. Hij stop ze overal in de grond
zodat hij overal voorraadjes heeft. Later weet hij de meeste weer terug te
vinden. Dat is heel knap want alle plekjes in het bos lijken op elkaar. Hij
graaft de eikels weer op als hij ze nodig heeft. Hij
heeft niet alle eikels nodig zodat er uit de eikels die in de grond blijven
zitten ook weer nieuwe eikenboompjes komen. Eigenlijk zorgt hij ook weer voor
zichzelf want aan deze bomen komen ook weer eikels die hij kan begraven voor
zijn wintervoorraad.
Dit was mijn spreekbeurt over de Vlaamse Gaai.
Wil je meer informatie over de VLAAMSE GAAI?? Kijk dan bij GOOGLE.