Degoe

Inhoudsopgave

  1. Wat zijn degoes?
  2. Hoe zien degoes er uit?
  3. Gedrag van degoes
  4. Hoe oud worden degoes?
  5. Waar komen degoes vandaan?
  6. Voedsel
  7. Voortplanting
  8. Verzorging als huisdier
  9. Ziektes

1) Wat zijn degoes?

Degoes zijn nog erg onbekende diertjes en de meeste mensen hebben ze dan ook nog nooit gezien of ervan gehoord. Het zijn knaagdieren, die familie zijn van de cavia’s en lijken veel op een rat, chinchilla, woestijnrat en eekhoorn.
De Latijnse benaming van degoes is “Octodon degus”. Het zijn zoogdieren die horen tot de “Rodentia” (knaagdieren), waarbinnen zij weer ingedeeld kunnen worden bij de “Caviomorpha” (cavia-achtigen), en daarbinnen worden zij ingedeeld bij de “Octodontidae”.

2) Hoe zien degoes er uit?

De kleur van de vacht is altijd bruingrijs met aan de uiteinden van de haren een tikkeltje zwart. Hun buik is wat lichter van kleur. Hoe dik de vacht is hangt af van de omgevingstemperatuur waarin de degoe leeft. Hoe kouder het is, des te dikker zal de vacht worden. Soms zal er hier of daar een wit vlekje te zien zijn. De lengte van degoes is in het wild, inclusief de staart, soms wel 40 cm of langer. Als ze als huisdier worden gehouden zullen ze echter veel minder groot worden, ongeveer 25 – 30 cm. Het formaat van een degoe als huisdier is ongeveer vergelijkbaar met dat van een rat, maar meestal zullen ze zelfs nog wat kleiner zijn dan ratten. Vanwege de betere voeding en gezondere omstandigheden waarin ze opgroeien, is het bij de meeste knaagdieren zo dat ze in gevangenschap groter worden dan in het wild. De degoe vormt hierop een uitzondering, die waarschijnlijk te maken heeft met de grote mate van inteelt. Verder hebben degoes een staart die wel wat lijkt op die van een rat. Het enige verschil is dat de staart van een degoe behaard is met aan het uiteinde een heel smal flosje, en dat deze iets korter is dan een rattenstaart. Verder gebruikt de degoe zijn staart om in evenwicht te blijven en houdt hem meestal omhoog, terwijl de rat juist zijn staart laat hangen. De ogen van de degoe zijn donkerbruin, en heel opvallend zijn de tanden van de degoe die een oranje kleur hebben. De oren lijken erg op die van een chinchilla en zijn vrij groot en schelpvormig. Aan alle vier de poten van degoes zitten vijf tenen met daaraan vrij scherpe nagels. Ze kunnen hun voorpoten gebruiken om dingen mee op te rapen, en om voedsel vast te houden, zoals ook een eekhoorn dat doet.

3) Gedrag van degoes

Degoes zijn van nature erg sociale en nieuwsgierige beestjes, die in de vrije natuur in groepen leven. Degoes zijn ook heel erg beweeglijk. Ze klimmen graag in takken en ze kunnen ook behoorlijke afstanden springen. Ze kunnen zichzelf door de kleinste gaatjes heen wurmen, en ze zijn supersnel. Ze graven ook graag en als ze daar de kans voor hebben zullen ze voedsel in het zand of in houtsnippers begraven. Ze zoeken verder graag warme, donkere plekjes op Het zijn dagdieren, wat betekent dat ze vooral overdag actief zijn. Met name ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat zijn ze erg actief. Op het midden van de dag slapen ze vaak wel wat, maar nooit erg lang. Meestal worden ze na hoogstens twintig minuten wel weer wakker. Degoes slepen bijna alles wat ze krijgen en wat enigszins te dragen is naar hun nest. Sommige dingen gebruiken ze om hun nest mee te maken. In de vrije natuur maken degoes hopen met allerlei spullen en het lijkt erop alsof aan de degoe met de grootste hoop de hoogste status wordt toegekend. Het zou dus ook een soort statussymbool kunnen zijn. Degoes maken naar elkaar toe vaak allerlei geluidjes, die dienen als een soort communicatiemiddel. Ze maken zachte piepgeluidjes naar elkaar toe als ze willen laten zien dat ze elkaar lief vinden, of het mannetje doet dat als hij wil paren. Ze maken een hard “squeeek !!”-geluid als ze ergens van schrikken. Hierop reageren de andere degoes meestal door heel stil te blijven zitten, of door snel weg te kruipen om op de verstopplek vervolgens stil te blijven zitten tot de kust weer veilig is. Degoes zijn ook echte knagers. Ze knagen werkelijk op alles wat los en vast zit. Dit knagen is erg belangrijk, want de tandjes van een degoe blijven steeds doorgroeien. Ze moeten ze daarom aan allerlei voorwerpen “slijpen” om te voorkomen dat ze in hun onderkaak vastgroeien. Verder zijn degoes over het algemeen vriendelijk en niet agressief, ook niet naar mensen toe. Ze willen wel eens uit nieuwsgierigheid proberen in je vingers te knagen, maar echt agressief bijten doen ze normaal gesproken zelden. Degoes wennen vrij gemakkelijk aan hun verzorger. Als je ze regelmatig uit de hand voert zullen ze snel aan je gewend raken. Je kunt ze meestal met een beetje moeite wel oppakken en aaien, maar zo tam als bijvoorbeeld een cavia zal een degoe nooit worden. Daar is deze veel te beweeglijk voor. Het is dan ook geen knuffelbeestje.

4) Hoe oud worden degoes?

Degoes die als huisdieren worden gehouden worden normaal gesproken tussen de vijf en acht jaar oud. De meeste knaagdieren worden niet ouder dan een jaar of twee, dus de hoge leeftijd die een degoe kan bereiken is vrij uitzonderlijk. In de vrije natuur overlijden ze meestal veel eerder, ze worden dan maximaal vier jaar oud. Dit heeft te maken met het minder goede voedsel, de grotere kans op ziektes en het gevaar van vijanden in de vrije natuur.

5) Waar komen degoes vandaan?

Degoes leven in het wild in het Andes-gebergte in Chili. De eerste degoes werden halverwege de 18e eeuw ontdekt door Europeanen. Zij dachten eerst dat het ging om een lid van de eekhoornfamilie, maar later bleek dat het familie was van de eveneens uit Chili afkomstige cavia. Degoes werden in eerste instantie geïmporteerd om in dierentuinen te houden en later werden ze ook geïmporteerd om er in laboratoria onderzoeken mee te doen. Vooral voor onderzoeken naar diabetes waren degoes erg geschikt, omdat ze erg gevoelig zijn voor deze ziekte. Pas veel later werd de degoe als huisdier ontdekt. In Chili worden degoes beschouwd als een plaag, omdat ze alle gewassen van het land eten. In het wild leven ze vaak in grote groepen, dus je begrijpt dat er van die gewassen weinig over blijft als ze daar eenmaal aan gaan knagen.

6) Voedsel

Degoes eten alleen plantaardig voedsel. In de vrije natuur leven ze op een rotsachtige bodem met struikachtige begroeiing. Ze eten daar voornamelijk grassen, zaden en granen. Sommige granen, zoals zonnebloempitten, bevatten veel vetten en olie en zijn niet goed voor degoes. Als degoes namelijk teveel vetten binnen krijgen kan dit leiden tot het ontstaan van suikerziekte. Vezels zijn in het voedsel van degoes een heel belangrijk bestanddeel. Hooi is heel vezelrijk en daarom is het heel gezond. Ze eten het ook graag. Er zijn een aantal dingen die degoes niet of in heel beperkte mate mogen eten, omdat het niet goed voor ze is. Ten eerste is het belangrijk dat ze zo min mogelijk voedsel krijgen dat suiker bevat ! Degoes kunnen namelijk geen suikers verwerken en ze krijgen darmklachten en eventueel suikerziekte als ze teveel suikers binnen krijgen. Het is daarom dat ze vaak voor onderzoek naar diabetes (suikerziekte) worden gebruikt. Ook voedsel zoals fruit, rozijnen en sommige soorten groenten bevatten suikers, en dat is de reden dat degoes ook deze slechts in zeer beperkte mate (liefst helemaal niet) mogen eten. Als degoes te veel voedsel hebben, zullen ze ook wat voedsel begraven om later op te eten.

7) Voortplanting

Degoes zijn geslachtsrijp rond 2 á 3 maanden. Dit betekent, dat ze dan ‘kleine degoes kunnen maken’. De draagtijd van een bevrucht degoe-vrouwtje is 90 dagen en dat is vrij lang voor een knaagdier. Een hamster heeft slechts een draagtijd van twee tot drie weken. De jongen van de degoe zijn bij de geboorte dan ook al helemaal “af”, dat wil zeggen dat zij al een vacht hebben, hun oogjes zijn open en ze kunnen al aardig lopen. In het begin blijven ze wel nog in hun nest, maar het duurt niet lang voor ze hun omgeving gaan verkennen. Na een paar weken beginnen de jongen al wat mee te eten van het voedsel van hun ouders, en na een week of vijf a zes hebben ze geen moedermelk meer nodig. Een degoe-nest bestaat gemiddeld uit vijf jongen, maar het kunnen er ook drie of zelfs tien zijn. Degoes bepalen zelf hun tijdstip van paren. Het mannetje wil wel wat vaker paren, maar in de meeste gevallen staat het vrouwtje dit niet toe. Ze loopt dan weg, en piept op enigszins boze toon tegen het mannetje. Slechts eens in de twee a drie weken zal het vrouwtje een dekking toelaten, hoewel dit wel per degoe verschillend zal zijn. Het vrouwtje is meteen nadat de jongen geboren zijn alweer vruchtbaar, maar vaak wordt zij pas weer bevrucht als zij haar jongen heeft grootgebracht.

8) Verzorging als huisdier

Omdat degoes graag klimmen en springen en nogal beweeglijk zijn, zul je begrijpen dat ze behoorlijk wat ruimte nodig hebben. De kooi die je voor je degoes aanschaft moet dan ook behoorlijk groot zijn. Vooral moet deze behoorlijk hoog zijn (ongeveer 50 cm hoog op z’n minst). Daarnaast is het belangrijk dat je goed oplet van wat voor materiaal je kooi is gemaakt. Eigenlijk alleen metaal en glas zijn voor degoes geschikt. Zelfs het hard plastic, waarvan sommige speciaal voor knaagdieren ontworpen kooien zijn gemaakt, zullen degoes uiteindelijk kapot bijten. Wees er dus in elk geval op bedacht dat ze bijna alles kapot kunnen knagen! Of je kiest voor glas of voor metaal is een afweging die je moet maken. Metalen spijltjes hebben als voordeel dat ze luchtdoorlatend zijn, waardoor de kooi voldoende geventileerd zal zijn, en er steeds voldoende frisse lucht zal zijn in de kooi. Daarnaast zullen de degoes dankbaar gebruik maken van de spijltjes door ze als klimgelegenheid te gebruiken (Ja, ze klimmen echt tegen de spijltjes omhoog !). Let er wel op dat de spijltjes niet te ver uit elkaar zitten, want degoes kunnen echt door hele kleine gaatjes heen kruipen. Als je van plan bent om ooit jonge degoetjes te krijgen, houd daar dan ook rekening mee, want die kunnen zich natuurlijk door nog kleinere gaatjes heen wurmen. Een nadeel van een kooi met metalen spijltjes is dat het in de ruimte waar de kooi staat voor nogal wat rotzooi zal zorgen, want door graven, overal mee slepen, en door hun beweeglijkheid zullen degoes nogal wat troep door de spijltjes buiten de kooi doen belanden. Als je dit wilt voorkomen is glas een betere oplossing (bijvoorbeeld een groot glazen aquarium met een metalen (luchtdoorlatend) deksel). Als je zelf erg handig bent kun je natuurlijk ook zelf een constructie bedenken waarbij je gebruik maakt van een combinatie van glas en metaal.

Maar met alleen een kooi ben je er nog niet, want wat moet er in die kooi komen? Allereerst dien je de bodem te bedekken met houtkrullen. Gebruik hiervoor geen zaagsel of hooi, omdat dat erg snel stoffig wordt, en gebruik ook geen dennenhout, want ook dat is niet goed te zijn voor de degoes. Erg geschikt zijn houtkrullen van beukenhout. Zorg er bovendien voor dat deze bodembedekking niet te stoffig wordt, want dan zullen de degoes al snel longontsteking ontwikkelen. Verschoon de kooi dan ook regelmatig, om te zorgen dat het verblijf enigszins schoon en stofvrij blijft en om ervoor te zorgen dat je de degoes niet te erg gaat ruiken. Hoe vaak je je degoe-kooi moet verschonen hangt af van het aantal degoes dat er in leeft en de grootte van de kooi.

Je zult de kooi vaker moeten verschonen naarmate er meer degoes in zitten en ook naarmate de kooi kleiner is. Gemiddeld zul je deze een maal per week moeten verschonen. Het beste kun je de degoes even uit de kooi halen als je deze wilt verschonen. Je kunt ze dan bijvoorbeeld in het bakje zettenwaarmee je ze ook vervoert. Verder moet je er voor zorgen dat zich in de kooi voldoende klimmogelijkheden bevinden, zoals trapjes en takken. Ook moeten er voldoende knaagmogelijkheden in de kooi aanwezig zijn , zoals een knaagsteen en takjes van wilgebomen en fruitbomen. Degoes moeten kunnen knagen om te voorkomen dat hun voortanden te lang worden. Deze groeien namelijk steeds door, en om te voorkomen dat ze in hun kaak groeien moeten zij hun tanden kunnen “slijpen”. Ze zullen echter in zo’n beetje alles wat in de kooi aanwezig is proberen hun tanden te zetten.

Houdt daar dus ook rekening mee bij alles wat je in de kooi plaatst. Ook moet er een nestkastje in de kooi aanwezig zijn. Dit kan een huisje zijn wat je zo in de dierenwinkel koopt, maar je kunt ook creatief zijn door zelf iets te verzinnen wat als nestkastje kan dienen. Als het maar donker en enigszins beschut is, zodat de degoes er zich in terug kunnen trekken.
Degoes houden er sowieso wel van om zich terug te trekken op warme, donkere en beschutte plekjes, dus het is voor de degoes heel leuk als je meerdere van dit soort plekjes in de kooi aanbrengt (zoals een emmertje of bloempot, of een stukje pvc-buis of andere buis, waar ze doorheen kunnen kruipen). Een rad waarin de degoes kunnen rennen mag in het degoe-verblijf zeker niet ontbreken. Het is echt hun favoriete speelgoed ! Zorg er bij de aanschaf voor dat het rad groot genoeg is, geen midden-as heeft , en het liefst van metaal is. Als je degoes hierin gaan rennen is dat echt een lust voor het oog ! Degoes baden graag in chinchilla-zand. Zij gaan hierin rollen, waardoor zij hun vacht schoon en glanzend houden. Je dient er dus voor te zorgen dat er met regelmaat een bak met chinchillazand in de kooi geplaatst wordt. Zo zou je ze bijvoorbeeld eens in de twee dagen een uurtje een bak met chinchilla-zand kunnen geven. Je dient er dan alleen op te letten dat het zand niet als toilet gebruikt gaat worden. Ook dit zand dien je regelmatig te verschonen. Zorg dat de bak niet al te licht is, zodat deze niet om kan vallen. Tenslotte moet er in de kooi natuurlijk een voederbak aanwezig zijn. Je kunt een voederbakje in een dierenwinkel kopen, maar je kunt natuurlijk ook zelf iets als voederbakje bestempelen. Zorg dat ook deze zwaar genoeg is zodat deze niet omgestoten kan worden of zorg dat je deze aan de spijltjes op kan hangen. En ook moet er natuurlijk een drinkflesje aanwezig zijn. Dit drinkflesje kan je het beste in een dierenwinkel kopen. Deze moet van glas zijn zodat ze het niet kapot kunnen bijten, of deze moet aan de buitenkant van de kooi bevestigd kunnen worden, zodat de degoes er niet bij kunnen om het kapot te bijten. Als je twee degoes die geen familie van elkaar zijn bij elkaar wil zetten kun je dit het beste doen op zo jong mogelijke leeftijd, zodat zij al snel aan elkaar wennen. Het beste kun je ze eerst een tijdje apart zetten, bijvoorbeeld ieder in een helft van de kooi, zodat ze elkaar wel kunnen zien, horen en ruiken. Zo kunnen ze alvast aan elkaar wennen. Na een tijdje kun je ze dan bij elkaar zetten. Let dan wel op of het “klikt” tussen de twee, want soms mogen ze elkaar gewoon niet, en dan kun je ze maar beter uit elkaar halen, voordat ze elkaar iets aandoen. Meestal zal dit tussen een mannetje en een vrouwtje wel goed gaan, en tussen twee vrouwtjes lukt dit over het algemeen ook nog wel, maar vooral als je twee vreemde mannetjes bij elkaar zet heb je kans op ruzie (dit is afhankelijk van het aantal aanwezige vrouwtjes, en van de ruimte die de degoes hebben). Je kunt je degoes het beste een combinatie van cavia- en chinchilla-voer geven. Er bestaat ook speciaal degoe-voer. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat er voldoende hooi in de kooi aanwezig is. Hooi eten ze graag en het is bovendien heel gezond, omdat het vezelrijk is. Er zijn een aantal dingen die je degoes niet of in heel beperkte mate te eten mag geven, omdat het niet goed voor ze is. Fruit, rozijnen en sommige soorten groenten bevatten suikers en die zijn niet goed voor degoes. Daarnaast is het zo dat degoes dol zijn op (pel)pinda’s en zonnebloempitten. Deze bevatten echter veel vetten en olie en zijn om die reden ook niet goed voor degoes. Let ook op de ingrediënten van het voedsel dat je de degoes geeft, want in sommige knaagdierenvoeders en ook in hamstervoer zitten veel ingrediënten die ongezond zijn voor degoes, zoals pinda’s, zonnebloempitten en rozijnen.
Je kunt degoes in principe zoveel voer geven als je wilt, want ze eten niet gauw hun hele bak leeg. Ze eten tot ze genoeg te eten hebben gehad, en dan stoppen ze. Als ze veel voedsel hebben zullen ze ook wat voedsel begraven. Het feit dat ze niet meteen hun hele voederbak leeg eten zorgt ervoor dat je degoes rustig een paar dagen alleen thuis kunt laten, als je maar zorgt dat ze genoeg voedsel en water hebben.

9) Ziektes (huisdieren)

Er zijn een aantal ziektes waarvoor degoes redelijk bevattelijk zijn. Een aantal ziektes met hun symptomen en de manier hoe je ze kunt voorkomen of genezen staan hieronder vermeld. Als je er zelf niet uitkomt wat je degoe mankeert, kun je dat het beste even navragen in een dierenspeciaalzaak of eventueel naar een dierenarts gaan.

  • Ziekte Diabetes (suikerziekte)
  • Symptomen Veel water drinken, witte ogen (staar). Een degoe met suikerziekte zal niet zo oud worden. Hoe te voorkomen of genezen? Suikerziekte is niet te genezen, maar misschien wel te voorkomen. Zorg dat je je degoes zo min mogelijk suikers en vetten te eten geeft. Witte ogen (ofwel cataracts) kunnen ook ontstaan door ouderdom. Veel degoes krijgen staar op oudere leeftijd.
  • Aandoening Afgebroken staart
  • Symptomen De staart van de degoe heeft losgelaten.
  • Hoe te voorkomen of genezen? Als iemand aan de staart van een degoe trekt of deze komt klem te zitten, dan kan deze staart loslaten. Dit is in de natuur een overlevingsmechanisme, waardoor de degoe zijn staart loslaat als een vijand deze staart te pakken heeft. Trek dus nooit aan de staart van een degoe en pak hem ook nooit bij zijn staart vast !! Deze staart groeit namelijk niet meer aan.
  • Aandoening Gebroken ledematen / verwondingen
  • Symptomen Dit zie je als de degoe kreupel loopt, of als deze bloedt.
  • Hoe te voorkomen of genezen? Degoes kunnen erg veel hebben, ze zijn erg flexibel. Ze zullen, ook al vallen ze vanaf heel hoog, niet snel iets breken of kneuzen. Let er toch een beetje op dat de degoes niet van al te hoog kunnen vallen en dat er geen scherpe dingen in de kooi aanwezig zijn waaraan ze zich kunnen bezeren. Mocht dit toch gebeuren, dan kun je eerst aankijken of het uit zichzelf weer geneest, en zo niet dan moet je er een dierenarts naar laten kijken.
  • Aandoening Aandoeningen aan de tanden
  • Symptomen De tanden zijn wit (i.p.v. oranje), de tanden zijn afgebroken, de tanden zijn te lang en in de kaak gegroeid (als dit zo is kan de degoe niet meer eten).
  • Hoe te voorkomen of genezen?Als de tanden zijn afgebroken is dit meestal niet zo’n probleem, omdat de tanden wel weer aangroeien. Let er wel op dat je degoe blijft eten. Als de tanden in de onderkaak zijn gegroeid moet daar zo snel mogelijk wat aan gedaan worden (door een dierenarts), omdat de degoe niet meer kan eten. Te lange tanden kunnen veroorzaakt worden doordat de tanden niet recht boven elkaar in de mond staan, of doordat er niet genoeg knaagmogelijkheden in de kooi aanwezig zijn. Als de tanden van de degoe wit zijn heeft deze een mondziekte waar niets aan te doen is. Je degoe zal dan niet lang meer leven. Je kunt mondziektes voorkomen door te zorgen dat je degoes steeds vers en schoon water krijgen.
 

5 Responses to “Degoe”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *