Leraar

Inleiding

Ik houd mijn spreekbeurt over het beroep leraar. Mijn vader is leraar op een basisschool en ik wil later ook graag les gaan geven op een basisschool. Daarom wil ik jullie graag meer vertellen over het beroep leraar.

Typen leraren en opleidingen

Je kunt leraar worden op verschillende niveaus:  het basisonderwijs, de middelbare school en vervolgopleiding, zoals het mbo, het hbo en de universiteit.
Op de basisschool heb je als leraar vaak het hele jaar dezelfde klas voor je, en geef je les in alle schoolvakken. De opleiding die je nodig hebt om leraar te worden voor het basisonderwijs is de Pabo. Dit is afgekort voor Pedagogische Academie voor Basisonderwijs. Je krijgt bijvoorbeeld les in de vakken spelling, rekenen, aardrijkskunde. De opleiding aan de Pabo duurt vier jaar en meteen in het eerste jaar begin je al met stage lopen bij een basisschool. Je leert namelijk het beste als je meteen kunt meekijken hoe de juf en meester van de klas het doen en zelf ervaart les te geven. Zo weet je ook meteen of het beroep iets voor jou is.
Een leraar op de middelbare school geeft les in één of meerdere vakken waarin hij gespecialiseerd is. Deze vakken duren een of twee uur per keer. Als je leraar wilt worden op de middelbare school moet je minstens een opleiding aan het HBO hebben gevolgd. HBO is afgekort voor Hoger Beroepsonderwijs.

Wat is het verschil tussen een leraar op de basisschool en het voortgezet onderwijs?

Een leraar aan de basisschool verschilt van een leraar aan een middelbare school. Leraren op een basisschool geven (meestal) les aan een klas en begeleiden die klas ook het gehele jaar door. Hiervoor is de begeleiding die aan de leerlingen wordt gegeven intensiever.

Op de middelbare school heb je je verdiept in een of meerdere vakken waar je les aan geeft. Je hebt dan meerder klassen die je een of meerdere uren per week les geeft. Daarbij is de begeleiding minder intensief, omdat van scholieren wordt verwacht dat ze wat zelfstandiger zijn. Als middelbare school leraar draag je al je spullen dus mee naar verschillende lokalen en heb je niet een vast lokaal. Dat geldt ook voor de scholieren die steeds van klas wisselen. Zij moeten een goede rugzak hebben, zoals een Eastpak rugzak, om hun zware boeken te kunnen meenemen.

Wat doet een basisschool leraar?

Een leraar wordt in het basisonderwijs ook wel juf of meester genoemd. Een leraar geeft leerlingen les, begeleidt zijn leerlingen en leert ze vaardigheden. Een leraar moet dus alles weten wat de kinderen ook moeten weten. Hij heeft veel vakkennis nodig.

Een leraar moet zijn klas kennen en weten hoe de leerlingen in elkaar steken, zodat de leraar ook weet welke begeleiding zijn leerlingen nodig hebben. Dit is erg lastig. Kinderen verschillen van elkaar en de een heeft meer begeleiding nodig dan de ander. Een leraar moet dat kunnen aanvoelen en hierop inspelen.

Een leraar bereidt elke dag zijn lessen voor de volgende dag voor. Dus als de school is afgelopen en de kinderen naar huis mogen, is de leraar nog niet klaar met zijn werk. Toetsen en opdrachten moeten worden voorbereid en de resultaten moeten beoordeeld worden om de vooruitgang van de kinderen te kunnen evalueren. Naast het voorbereiden van lessen, en het nakijken en evalueren moeten er ook oudergesprekken gevoerd worden om de vooruitgang van het kind te bespreken. Daarnaast moet er deel worden genomen aan het werkoverleg en andere vergaderingen met collega’s.

Leraren moeten regelmatig cursussen volgen om een zo goed mogelijke leraar te zijn voor zijn of haar klas. Dit kunnen bijschoolcursussen zijn of het gaat bijvoorbeeld over pesten in de klas.

Daarnaast houdt een leraar zich bezig met het organiseren van activiteiten als een sportdag, schoolkampen, spelactiviteiten, themawerken en meer.

Wanneer ben je een goede leraar?

  • Je legt duidelijk uit
  • Je hebt het vermogen om op meerdere niveaus uit te leggen
  • Je geeft interessante lessen waar de aandacht van de kinderen bij blijft.
  • Je bent goed in de omgang met kinderen
  • Je houdt een goede orde in een klas
  • Je hebt empathisch vermogen en kunt je inleven in een kind

Verantwoordelijkheden van een leraar

De leraar speelt een belangrijke rol in de vorming van zijn leerlingen, samen met zijn collega’s, ouders en anderen die helpen het kind op te voeden.
De leraar is daarin verantwoordelijk voor de inhoud van zijn lessen die hij geeft en de manier waarop de kinderen deze inhoud leren. De leraar zorgt voor een fijne, ondersteunende en veilige leeromgeving.

Welke eigenschappen moet je als leraar hebben?

Ik ga dit vertellen aan de hand van een aantal punten.

  1. Je moet goed mensen kunnen omgaan. En dan vooral kinderen. Je moet goed kunnen luisteren naar wat ze te zeggen hebben en kinderen ook begrijpen. Daarbij is geduld ook heel belangrijk.
  2. Pedagogische kwaliteiten. Pedagogiek is een lastig woord en betekent onderwijsleer. Dat gaat dus over de opvoeding van een kind. Je wilt kinderen kunnen motiveren en stimuleren tot goed gedrag. Je grijpt bijvoorbeeld in als je ziet dat een kind gepest wordt en weet dit op een goede manier op te lossen.
  3. Je moet creatief zijn. Door creatief te zijn met lesmateriaal kun je het voor de kinderen leuk maken, maar het is ook nodig voor het organiseren voor bepaalde schoolactiviteiten.
  4. Je moet tegen stress kunnen. Als leraar krijg je met veel dingen tegelijkertijd te maken en moet goed van de ene taak naar de andere taak kunnen gaan. Ook moet je controle kunnen houden over een klas.
  5. Je moet passie hebben!

Vragen voor de klas

  • Kennen jullie iemand in de familie die leraar of lerares is?
  • Wie wilt er later graag leraar of lerares worden?
  • Wat vinden jullie leuk aan het beroep leraar?
  • Welke eigenschappen moet een leraar volgens jullie hebben?

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *