Dyslexie

Een grote tegenvaller

Als iemand dyslexie heeft heet dat een dyslecticus. Het meervoud van een dyslecticus is dyslectici. Dyslexie is een woord uit de Griekse taal, het betekent `slecht lezen`.
Iemand die dyslexie heeft, heeft niet alleen moeite met lezen, maar ook met schrijven en spellen. Dyslexie viel pas op toen de meeste kinderen naar school gingen om te lezen en te schrijven. Dat was rond het einde van de negentiende eeuw.

Sommige kinderen kregen lezen en spelling nauwelijks onder de knie, maar de kinderen die niet goed konden lezen en spellen waren wel goed in andere vakken. Men dacht dat ze een handicap hadden, maar dat was niet zo.

Dit heeft een Engelse arts dhr. Morgan in 1898 onderzocht. Hij gebruikte daarvoor de 14-jarige Percy. Percy was een slimme jongen, maar lezen en spellen kon hij niet. Morgan dacht dat hij een oogafwijking had, maar Percy was woordblind (blind voor woorden). Vooral oogartsen hadden belangstelling voor dyslexie.

In Nederland schreef een Leidse oogarts er ooit als eerste over en dat was in 1903. Dyslexie zou een visueel probleem zijn. Visueel heeft te maken met zien en met de ogen. Iemand die dyslectisch is, ziet een hele brei van letters en woorden. Daarvoor hebben ze een speciale bril ontwikkelt n.l. een prismabril. Met zo’n bril kun je maar één woord tegelijk lezen.

Een vervelend probleem

Over de oorzaak van dyslexie denken wetenschappers verschillend.
Over één ding zijn ze het wel eens; het heeft niets te maken met domheid. Vroeger werden kinderen met dyslexie voor een dom mens gezien.
Sommigen werden zelfs naar een andere school gestuurd voor moeilijk lerende kinderen, maar dyslexie hebben is geen echte afwijking in het kunnen leren.

Er zijn alleen maar problemen met het lezen en het juist spellen en schrijven van de woorden. Iedereen maakt wel eens fouten bij het lezen en makkelijke woorden kun je foutloos spellen.
Bij een dyslecticus gaat alles allemaal wat langzamer. Aan het eind van de basisschool kan de achterstand opgelopen zijn tot twee jaar achterstand.

Minstens 1 op de 20 mensen is dyslectisch. Dat is 5%, van de 1,8 miljoen kinderen op de basisschool in Nederland en dat zijn er 90.000. Dat zijn meer dan 3000 klassen. Er zijn bijna 4 keer zoveel jongens als meisjes dyslectisch en daar zitten veel linkshandigen bij.

Dyslexie is erfelijk. De hersenen zijn het zenuwcentrum van je lichaam.
Alles wat je denkt, doet of wilt wordt door je hersenen geregeld. Wat je ziet, hoort, ruikt en voelt word daar ook door ontvangen en verwerkt. Elk stukje hersenen heeft een eigen taak. Zo is er b.v. een eigen taalgebied, een gebied voor horen en voor zien. Bij het lezen en spellen komen meerdere gebieden van de hersenen in actie. Wetenschappers denken dat het daar fout gaat.

Ze denken dat de gebieden niet samen kunnen werken bij een dyslecticus. Anderen denken dat wat de ogen zien niet goed opgevangen wordt door de hersenen. Weer andere wetenschappers hebben de hersenen van overleden dyslectische mensen met een microscoop bekeken. Het taalgebied van die mensen week een beetje af van mensen zonder dyslexie. Zou dat de oorzaak zijn? Dat weten we nog niet zeker.

Oefenen en nog eens oefenen

Als je dyslexie hebt, maar dit niet weet en je wilt b.v. een spreekbeurt houden, dan gaat dat meestal minder goed en met heel veel moeite. De leerkracht wil eigenlijk dat je behoorlijk zonder teveel haperingen je werk doet. Er wordt dan weleeens gemopperd en gezegd van kijk nu eens goed wat er staat en wat er met de tekst bedoelt wordt. Je zelfvertrouwen kan hierdoor steeds minder worden en je bent bang om fouten te maken met lezen en ook met schrijven.

Sommige kinderen krijgen dan zelfs last van faalangst. Bij faalangst heb je van tevoren al het idee dat het mis zal gaan. Als je dyslexie hebt kan je hulp krijgen van een RTer (Remedial Teacher). Dat is een leraar voor kinderen met een lees- achterstand.
De RTer werkt met een kijk- en luistermethode. Dan hoor je een verhaal en je leest mee uit een boekje. Daarna moet jij de tekst hardop voorlezen. Jij moet steeds sneller de tekst gaan voorlezen. En zo gaat het spelenderwijs steeds een stukje vlotter. Ook dmv. spelletjes op de computer gaat het lezen en spellen prettiger en het tempo gaat verder omhoog.

Lichte en zware gevallen van dyslexie

Er zijn lichte en zware gevallen van dyslexie. Ook leert de ene dyslecticus makkelijker dan de andere. Ze noemen dat ook wel licht dyslectisch oftewel zwaar dyslectisch. Lezen is lastig voor een dyslecticus. Foutloos schrijven is nog moeilijker en de Nederlandse taal heeft ook nog eens een moeilijke spellingsregel.

Dyslectici maakt dezelfde fouten als iedereen, maar naar verhouding veel meer.
Het moeilijke voor hun is dat ze die fouten niet zien. Sommige mensen met dyslexie schrijven het woord fonetisch, dwz. zoals het woord klinkt.

Ook de twee letters ie, ij en ei zijn dan moeilijk of de ou en au het is dan extra moeilijk om die woorden te kunnen schrijven.

 

 

Volhouden is een kunst

Voor sommige kinderen wordt dyslexie pas een probleem in het voortgezet onderwijs. Dit zijn dan meestal kinderen met meer dan een gemiddelde intelligentie.
Daarmee konden ze het op de basisschool nog goed bijhouden, maar als ze naast Nederlands ook nog eens andere talen leren, dan lukt dat niet goed meer.

Met studeren hebben ze dan ook veel meer moeite. Op veel scholen gelden er speciale regels voor een dyslectische kinderen. Soms mogen ze in een kleinere groep proefwerken maken of ze krijgen meer tijd voor een toets en soms mogen ze een test mondeling doen in plaats van schriftelijk. Zo’n regeling is er ook bij het eindexamen. Wel moet je dan een dyslexieverklaring hebben. Als je dyslexie hebt is het moeilijker om je examen te halen, en sommigen haken dan ook af, wat erg jammer is. Ze hebben er dan geen zin meer in en gaan van school.

Hulp bij het lezen en schrijven

Sommige kinderen gaan van school af als ze amper kunnen lezen of schrijven. Vroeger kwam dat vaker voor dan nu. Alles wat ze hadden geleerd, waren ze al snel weer vergeten. Ze worden dan een analfabeet genoemd. Een analfabeet is iemand die niet kan lezen en schrijven. Nederland telt 10.000 analfabeten. Een aantal daarvan volgt op latere leeftijd een alfabetiseringscursus om te leren lezen en schrijven. Analfabeten moeten een heleboel missen ze kunnen b.v. geen kranten en boeken of een ondertiteling op de t.v. lezen, maar ook geen straatnamen. Het gemak van een computer is ook zeer lastig voor hun. Velen van hun proberen dit ongemak te verbergen, want het is zeer pijnlijk om te moeten toegeven dat je niet kunt lezen.

Kansen genoeg

Een dyslecticus moet zijn sterke kanten benutten. Dyslexie mag geen excuus zijn om iets niet te kunnen doen. In de maatschappij krijgen dyslectici meer kansen dan op school. In 1998 is een onderzoek van start gegaan naar de beste aanpak van dyslexie. Hopelijk levert het veel op. Dan krijgen kinderen het makkelijker op school.

Bekende mensen met dyslexie

Dyslexie staat een creatieve carrière niet in de weg. Een lijstje namen:


Thomas Edison (uitvinder van de gloeilamp),


Tom Cruise (acteur),


Agatha Christie (schrijfster van misdaadverhalen),


Walt Disney (oprichter van het Walt Disneyconcern, tekenfilmindustrie)


Richard Bronson (miljonair)


Whoopy Goldberg. (actrice).

Wie kent Jan des Bouvrie niet de bekende Nederlandse meubelontwerper.

 

 

9 Responses to “Dyslexie”

  1. lucienna

    ik vind dit een leuk onderwerp want ik heb het zelf ook en ik kan veel info over mij zelf gaan zoeken

    Beantwoorden
    • anoniem

      lichte dyslexie is dat je er minder last van hebt en zware dyslexie is dat je er juist heel veel last van hebt.

      Beantwoorden
  2. ik heb het ook maar ik zit in groep 8 en ik kan hier niet zoveel van vinden
    want je moet een hele goede spreekbeurt maken voor de hogere school
    snap je dat

    maar ik heb het niet heel erg das wel fijn!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *