Loonwerker

Niveau: VMBO 1 voor Nederlands

Vroeger waren er veel kleine agrarische bedrijven in Nederland. Dit waren vaak gemengde bedrijven. Dit wil zeggen dat ze dieren hadden voor vlees en melk, maar bijvoorbeeld ook graan of aardappels verbouwden op een stukje land. Ze hadden dus twee soorten werkzaamheden.

Omdat er nog maar weinig machines waren, moest veel werk met de hand worden gedaan. Vooral in de plant- en oogsttijd waren er vaak handen te kort. Er kwamen dan vaak seizoenarbeiders op de boerderij werken. Voor hun hulp tijdens de oogst kregen ze dan betaald. Wanneer er geen werk meer was trokken ze verder, op zoek naar nieuw werk.

Na de tweede wereldoorlog

Na de tweede wereldoorlog moest Europa weer worden opgebouwd. Onder anderen door het Marshallplan kwamen er in Nederland al gauw trekkers en andere werktuigen voor de boeren beschikbaar. Door de trekker kon 1 persoon veel meer doen dan 1 persoon met een paard. Omdat er ook steeds meer mensen nodig waren in de industrie, waar je met minder zwaar werk méér kon verdienen, waren er veel kleine boeren die het bedrijf verkochten aan bijvoorbeeld de buurman.

De boerderijen werden in de loop van de tijd steeds groter, maar de drukke perioden in de plant- en oogsttijd waren nog steeds hetzelfde. En er was nog steeds werk waar nog geen machine voor was. Er kwam een groep mensen die zelf een trekker en bijvoorbeeld een kar of ploeg kochten en net als de seizoensarbeiders voor loon werk deden bij de boer.

Machines in de landbouw

In de loop van de tijd zijn er steeds meer machines gemaakt voor de werkzaamheden op de boerderij. Voorbeelden van machines zijn de bietenrooier en de sleepslangbemester. Omdat deze machines steeds groter en duurder worden, is het voor boeren vaak niet rendabel om deze machines zelf aan te schaffen. Een loonwerker kan deze machines wel aanschaffen, omdat hij bij meerdere boeren dezelfde machine kan gebruiken. Hierdoor is de machine wel economisch te gebruiken.

De loonwerker voert tegenwoordig niet alleen meer werkzaamheden uit. Loonbedrijven worden ook steeds meer gebruikt als adviseur en leverancier van goederen. Wanneer een boer bijvoorbeeld een nieuwe voeropslag wil maken kan hij dit helemaal bij de loonwerker neerleggen. Zij vragen dan de prijzen op, helpen met de vergunningen en voeren het werk uiteindelijk ook uit.

Dit nieuwe “regelwerk” zorgt ervoor dat loonbedrijven nu ook mensen in dienst hebben die alleen hier mee bezig zijn. Kleinere loonbedrijven kunnen hier vaak niet apart mensen voor aannemen. Zij maken dan vaak gebruik van toeleveranciers die voor hen een deel van het rekenwerk doen. Zo blijven de werkzaamheden van de loonwerker veranderen. Er zijn bijvoorbeeld al plannen het graslandbeheer en onderhoud volledig door de loonwerker te laten doen. De boer betaald de loonwerker dan bijvoorbeeld per kVEM (voereenheid).

De seizoenarbeider van vroeger is dus in de loop van de jaren veranderd in een professionele loonwerker die niet alleen meer het plant- en oogstwerk wordt gebruikt, maar ook om advies wordt gevraagd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *