Epilepsie

Inleiding

Dag beste klasgenootjes en juf. Ik doe mijn spreekbeurt over epilepsie omdat mijn zusje ook epilepsie heeft.

40.000 Vlamingen hebben epilepsie. Toch weten veel mensen weinig of niets over deze aandoening. Misschien hebben ze wel eens meegemaakt dat iemand een grote aanval kreeg, maar dat is maar één manier waarop epilepsie zich kan manifesteren. Wat iedereen over epilepsie zou moeten weten:

  • Epilepsie kan niet genezen. Maar met de juiste medicijnen kunnen veel mensen aanvalsvrij worden. Vaak weten mensen niet eens dat iemand uit hun omgeving epilepsie heeft!
  • In principe kan iedereen op elke leeftijd epilepsie krijgen.
  • Epilepsie heeft niets te maken met intelligentie of karakter.
  • Epilepsie is niet besmettelijk

Epilepsie wat is dat eigenlijk?

Alles wat een mens denkt en doet, wordt gestuurd door de hersenen. Zonder die aansturing kan hij of zij zich niet bewegen, niet horen, zien, ruiken of zelfs ademhalen. Hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen, die voortdurend boodschappen aan elkaar doorgeven. Dat gebeurt via elektrische stroompjes (impulsen) en chemische stoffen (neurotransmitters). Soms raakt dit systeem verstoord. Er treedt ‘kortsluiting ‘ op. Een epilepsieaanval is het gevolg van overmatige elektrische activiteit in de hersenen, die het normale functioneren tijdelijk verstoord. Deze functiestoornis uit zich dan in een aanval. Pas wanneer iemand bij herhaling last heeft van dergelijke aanvallen, kun je zeggen dat hij of zij epilepsie heeft. De plaats in de hersenen waar de storing begint, bepaalt wat voor soort aanval iemand krijgt.

Wie krijgt epilepsie en ‘wanneer’?

Het is niet altijd duidelijk waardoor iemand epilepsie krijgt. Epilepsie is het hebben van aanvallen. Die aanvallen kunnen het gevolg zijn van hersenletsel, maar ze kunnen ook spontaan optreden, zonder dat er spraak is van duidelijk hersenletsel. Bij sommige mensen is aanleg of een grotere gevoeligheid voor aanvallen al voldoende om ook werkelijk aanvallen te krijgen. Sommige mensen krijgen slechts één keer in hun leven een aanval. Anderen krijgen er wel tien of meer op één dag. Dat is dus heel verschillend. Epilepsie kan op elke leeftijd optreden, maar komt het meeste voor bij kinderen. Bij baby en heel jonge kinderen, komen soms ernstige vormen van epilepsie voor (bepaalde syndromen). Soms gaan aanvallen na een tijd vanzelf over maar het is mogelijk dat ze later terugkomen. Het komt ook voor dat mensen pas op latere leeftijd voor het eerst epilepsieaanvallen krijgen. Dat is dus heel verschillend.

Waardoor wordt epilepsie veroorzaakt?

  • Epilepsie kan ontstaan voor of tijdens de geboorte. Een infectie of doorgaande ziekte tijdens de zwangerschap, een aangeboren hersenbeschadiging of zuurstofgebrek tijdens de geboorte kunnen later epilepsie tot gevolg hebben. Een minimale hersenbeschadiging, gecombineerd met een zekere aanslag, is soms al genoeg om later epilepsie te ontwikkelen.
  • Ook een ernstige ziekte zoals hersenvliesontsteking kan epilepsie veroorzaken, evenals een hersenbeschadiging na een ernstig ongeluk. In die gevallen is een zekere hersenbeschadiging de directe oorzaak van de latere epilepsieaanvallen. Dat wil niet zeggen dat iedereen na een ziekte of een hersenbeschadiging epilepsie krijgt. Je moet er ‘aanleg’ voor hebben.
  • Sommige mensen krijgen aanvallen door sterke lichtprikkels, bijvoorbeeld wanneer ze bepaalde computerspelletjes spelen, of bij discolicht. Lang niet iedereen met epilepsie is hier gevoelig voor; het betreft slechts een klein percentage.
  • Verstandelijk gehandicapten hebben vaker last van epilepsie dan andere. De hersenbeschadiging die verantwoordelijk is voor de verstandelijke handicap is dan vaak ook de oorzaak van de epilepsie.
  • Bij oudere mensen kunnen aanvallen optreden na een hersenbloeding of -infarct. Ook een hersentumor of –gezwel (of andere hersenaandoeningen) kunnen epilepsie tot gevolg hebben.
  • Vaak is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het optreden van epilepsie. Een lange drempel voor het optreden van aanvallen, of een grote erfelijke aanleg kan dan al voldoende zijn.

Dit zijn de meest voorkomende oorzaken. Vaak denken mensen datje epilepsie kunt krijgen door spanningen. Spanningen zijn echter geen oorzaak van epilepsie, maar ze kunnen wel aanvallen ‘uitlokken’. Nader onderzoek naar de eventuele oorzaken van de epilepsie is altijd noodzakelijk om een goede diagnose te kunnen stellen.

Is epilepsie erfelijk?

Zeker als geen duidelijke oorzaak valt aan te wijzen, kan een grotere aanleg om epilepsie te krijgen erfelijk bepaald zijn. Daarom hoeft epilepsie in het algemeen geen belemmering te zijn om kinderen te krijgen. De kans dat de kinderen van iemand epilepsie ook epilepsie krijgen, is nauwelijks groter dan bij mensen zonder epilepsie. Alleen als beide ouders epilepsie hebben, is er een grotere kans dat hun kinderen ook epilepsie krijgen. Er zijn echter bepaalde vormen van epilepsie waarbij erfelijkheid wel een duidelijke rol speelt. Maar als je toch van plan bent om te gaan trouwen, zou het heel onverstandig zijn epilepsie te verzwijgen. Want je partner heeft er recht op om zich af te vragen of hij of zij het aankan. Het is altijd verstandig een eventuele kinderwens eerst met je arts te bespreken met je arts te bespreken. Ook wanneer een meisje met epilepsie de pil wil slikken, kan ze dat het beste met een arts overleggen. Waarschijnlijk zal ze een speciale dosis of een speciale pil krijgen.

Hoe weet u dat iemand epilepsie heeft?

Aan de mogelijkheid van epilepsie wordt voor het eerst gedacht als iemand een aanval krijgt. Maar lang niet altijd is dan sprake van een epilepsieaanval. Er zijn ook aanvallen die er alleen maar op lijken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij flauwvallen, hyperventileren, een hartaanval of hypoglykemie (daling van de bloedsuikerspiegel). Een Electro-encefalogram (EEG) wordt gebruikt om de diagnose Epilepsie te bevestigen. Daarbij wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten. Een storing in de hersenactiviteit kan wijzen op epilepsie. Toch is op de EEG niet altijd duidelijk te zien dat iemand epilepsie heeft. Bij een structurele afwijking is de kans op epilepsie groter. Soms wordt daarom ook nog beeldvormend onderzoek gedaan. Met bepaalde apparatuur, zoals een CT-scan, een MRJ-scan of een worden dan computerfoto’s van de hersenen gemaakt met behulp van röntgenstralen (CT-scan) of magneetvelden (MRJ-scan). Hierdoor kunnen afwijkingen in de hersenen opgespoord worden, die verantwoordelijk zijn voor de epilepsie, zoals een gesprongen bloedvat of littekenweefsel. Ook is er nog de EMG. Het doel van een EMG-analyse is informatie te verkrijgen over de toestand en het functioneren van de spier door het meten van de elektrische spieractiveit. Deze meting gebeurt door oppervlakte elektroden op de huid te plakken. Een signaal wordt gedetecteerd dat de activiteit van de onderliggende spier weergeeft.

Sporten

Epilepsie is geen ziekte, je hoeft er niet voor in bed te blijven liggen. Je hebt ook geen koorts. Er is ook niets mis met je verstand. Maar lastig is het wel. Zo moet je bijvoorbeeld extra goed uitkijken met fietsen. Zolang je nog aanvallen hebt, is het beter dat er iemand met je mee fietst (krantenartikel2). Ook zwemmen hoeft geen probleem te zijn, als je er maar voor zorgt dat er in ieder geval iemand in de buurt is die weet wat er aan de hand is. Alleen in bad gaan? Link natuurlijk. Je voelt je waarschijnlijk beter in de douche. En touwklimmen kun je maar beter overslagen. Toch kun je met epilepsie de meeste sporten wel doen, als je maar in de buurt blijft van andere mensen die je kennen.

Autorijden

Of je met epilepsie mag deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer kan alleen worden uitgemaakt aan de hand van officiële richtlijnen. Deze zijn gebaseerd op het type aanval en op de kans van herhaling van een aanval binnen een bepaalde tijd.

Werken

Voor de meeste banen is het geen probleem om epilepsie te hebben. Maar er zijn natuurlijk banen die voor iemand met epilepsie niet zijn weggelegd. Piloot bv. of acrobaat. Het is verstandig je dat bijtijds te realiseren, zodat je er al bij de keuze van een opleiding rekening mee kunt houden. Jammer genoeg speelt het bij sollicitaties vaak een rol dat iemand epilepsie heeft, ook al is iemand al vele jaren aanvalsvrij.

Heel vaak wordt iemand met epilepsie op een bepaalde functie afgewezen. Het is daarom te begrijpen dat veel mensen hun epilepsie verzwijgen wanneer ze gaan solliciteren. Zonde dat nodig is want ook iemand met epilepsie kan veel bereiken. Epilepsie kwam voor bij sommige van de beroemdste mensen van de geschiedenis. Alexander de Grote bijvoorbeeld, Napoleon, Julius Caesar en Flaubert hadden epilepsie. Ook Napoleon had epilepsie

Moet iedereen het weten?

Epilepsie is niets om je voor te schamen en wat dat betreft zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat iemand die epilepsie heeft dat gewoon aan de mensen om zich verteld. Maar de praktijk is anders. Mensen met epilepsie worden vaak voor raar uitgemaakt. Er wordt soms gedacht dat ze ook in andere opzichten anders dan andere zijn. Dat is niet zo, maar het is moeilijk er tegen in te gaan, vooral omdat die gedachten niet hardop worden uitgesproken. Als mensen er wat gewoner over zouden denken, zou het voor degene die epilepsie heeft ook niet zo vervelend zijn om het te vertellen. En het is natuurlijk juist zo belangrijk om het te vertellen omdat het voor je eigen veiligheid beter is als de mensen in je omgeving het weten. Klasgenoten, leraren, sporttrainers, tandartsen moeten in ieder geval op de hoogte worden gebracht.

Wat is er aan epilepsie te doen?

Epilepsie kan over het algemeen goed behandeld worden. Van alle mensen met epilepsie wordt circa 75 procent aanvalsvrij dankzij medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica). Medicijnen tegen epilepsie verminderen of stabiliseren de aanvallen. Ze genezen de epilepsie niet, maar ze sturen als het ware bij. Indien na verloop van tijd de juiste medicatie niet is gevonden, kan doorverwijzing plaatsvinden naar een van de speciale poliklinieken voor epilepsie, verspreid door het hele land. Deze zijn verbonden aan een van de drie epilepsiecentra Nederland. Is iemand een aantal jaren vrij van aanvallen gebleven, dan kan worden geprobeerd het medicijn gebruik af te bouwen. In ongeveer de helft van alle gevallen komt epilepsie dan niet meer terug. Daar staat tegenover dat ruim een kwart van alle mensen met epilepsie levenslang last houdt van aanvallen. Opereren is soms mogelijk. Jaarlijks worden in Nederland rond de vijftig mensen geopereerd, uiteraard na uitgebreid onderzaak. Het gaat dan meestal om mensen die niet (meer) reageren op de medicijnen en bij wie de epilepsie zodanig gelokaliseerd is dat opereren mogelijk.

Er zijn te veel soorten aanvallen om ze hier te beschrijven. Globaal zijn eer twee groepen:

  • gegeneraliseerde aanvallen
  • partiële aanvallen

Gegeneraliseerde aanvallen

Letterlijk: ‘algemene’ aanvallen. Ze worden zo genoemd omdat hierbij grote delen van de zenuwcellen van de rechter- en de linkerhersenhelft betrokken zijn. Iemand met zo’n aanval is totaal bewusteloos. De meest voorkomende verschijningsvormen van gegeneraliseerde epilepsie zijn:

  • 1. grote aanvallen (tomisch-clonisch)
  • 2. absence, (aanvallen die gekenmerkt worden door korte perioden van afwezigheid)

Partiéle aanvallen

Letterlijk: ‘gedeeltelijke’ aanvallen. Alleen een bepaald deel of bepaalde delen van de hersenen zijn hierbij betrokken. Bij partiele aanvallen is het bewustzijn soms nog intact, soms vermindert en soms helemaal afwezig. Dit is afhankelijk van het soort aanval. Partiele aanvallen kunnen worden onderverdeeld in:

  • 3. Eenvoudig partiele aanvallen
  • 4. Complex partiele aanvallen

Gegeneraliseerde aanvallen

1. grote aanvallen (tonisch-clonisch)

Bij een grote aanval zijn grote gebieden van de hersenen gelijktijdig betrokken. Zulke aanvallen zijn het bekends. De oude term ‘vallende ziekte’ komt van deze vorm van epilepsie, omdat mensen hierbij werkelijk neervallen. Deze term is onjuist; de meeste soorten aanvallen verlopen zonder vallen. Bij een tonisch-clonische aanval is de betrokkene geheel buiten bewustzijn. Hij of zij voelt tijdens de aanval geen pijn.

Er zijn tijdens een grote aanval drie fases te onderscheiden:

  • Tonisch fase
  • clonische fase
  • verslappingsfase

Tonische fase

Deze eerste fase van de aanval duurt ongeveer een halve minuut. Door een massale ontlading van hersencellen worden alle spieren aangespannen, waardoor het hele lichaam verstijft. Door samentrekking van de borstspieren wordt de lucht uit de longen naar buiten geperst; dit kan een soort schreeuw veroorzaken. Tijdens die verkramping van de borstkas en omdat tegelijkertijd veel energie verbruikt wordt, is de ademhaling verstoord en kan de betrokkene blauw aanlopen. Omdat slikken tijdelijk niet mogelijk is, hoopt speeksel zich op in de keel. Door het plotseling aanspannen van de kaakspieren, kan de tong beklemd raken tussen de tanden. Deze ‘tongbeet’ veroorzaakt een wondje aan tong of wang, waardoor bloed uit de mond kan lopen. Dit lijkt meestal erger dan het is.

Clonische fase

De tweede fase duurt een halve tot anderhalve minuut. De ontladingen in de hersenen roepen een verdedigingsmechanisme op, waardoor het lichaam gedurende korte tijd verslapt, gevolgd door het opnieuw spannen van de spieren. Dit afwisselend verslappen en aanspannen veroorzaakt schokken in armen, benen en gezicht. In de clonische fase komt de ademhaling weer hortend op gang. Het opgehoopte speeksel (soms vermengd met wat bloed) wordt als schuim naar buiten geblazen.

Verslappingsfase

Deze derde fase varieert in duur van één tot enkele minuten, soms ook wat langer. Geleidelijk nemen de schokken af en nemen de perioden van verslapping toe totdat het hele lichaam ontspannen is. De huid is vaak bleek en de ademhaling is diep en rochelend. Soms is sprake van onvrijwillig urineverlies of braken. De een komt meteen bij, de ander valt in een diepe slaap. Hij of zij is na afloop vaak suf en klaagt over hoofdpijn of misselijkheid. De herstelfase verloopt op verschillende manieren: de een kan na vijf minuten weer aan het werk, de ander heeft een hele dag of langer nodig om bij te komen.

Wat te doen bij een grote aanval?

Een aanval is vervelend voor de betrokkene, zeker als hij of zij urine verliest of moet braken. Houd daarom nieuwsgierige omstanders op afstand. U kunt iemand tijdens een aanval het beste helpen door:

  • het hoofd met iets zachts of met uw handen te beschermen
  • de omgeving van de betrokkene vrij te maken
  • knellende kleding los te maken, een (eventuele) bril af te nemen
  • steeds bij de betrokkene te blijven, te observeren wat er gebeurt en de tijd op nemen
  • hem of haar zo nodig naar een veiliger plek te verplaatsen

Zodra de ademhaling weer op gang komt

  • betrokkene op de zij draaien
  • het hoofd iets naar achteren draaien en indien nodig de mond schoonmaken om de luchtweg vrij te maken (eventueel gebit verwijderen)
  • betrokkene zoveel mogelijk gerust stellen, erbij blijven

Wat u niet moet doen bij een grote aanval

Stop niets tussen de tanden om een tongbeet te voorkomen. Een aanval treedt meestal zo onverwacht op dat u toch al te laat bent om een tongbeet te voorkomen. Het lukt dan niet meer om iets tussen de tanden te krijgen omdat de kaken al op elkaar geklemd zijn. Probeert u dit toch, dan kunt u uw eigen vingers beschadigen of de tanden van de betrokkene (zeker als u een hard voorwerp gebruikt). De betrokkene kan zelfs stikken als het voorwerp dat u tussen de tanden probeert te stoppen, in de keel terechtkomt en daar de luchtweg blokkeert.

  • Probeer niet de heftige arm -en beenbeweging tegen te houden; die zijn vaak zo krachtig dat u botbreuken of spierscheuren kunt veroorzaken, bovendien gaan ze na korte tijd vanzelf over.
  • Geef geen medicijnen, tenzij betrokkene op doktersvoorschrift een rectiole bij zich draagt.
  • Geef niets te drinken of te eten voordat de betrokkene helemaal bij bewustzijn is.
  • Koud water in het gezicht gooien om hem /haar bij bewustzijn te brengen heeft geen enkele zin.
  • Mond -op- mondbeademing heeft geen zin, omdat de luchtwegen geblokkeerd zijn.
  • Bel niet meteen een dokter of ambulance, vaak is dat niet nodig.

Wat is een ‘status epilepticus’ en wat kunt u doen?

Een status epilepticus is niet een bepaald soort aanval, maar een aanval die blijft voortduren. Het is een aanvalstoestand die lang duurt of een serie aanvallen waarbij de ene aanval overgaat in de volgende. Het kan bij alle aanvalssoorten voorkomen maar is vrij zeldzaam. Medisch ingrijpen is meestal noodzakelijk. Met een status wordt vaak een status van grote aanvallen bedoeld. Als de ene tonisch-clonische aanval op de andere volgt, is dat een levensdreigende situatie met een zware belasting voor de hersenen en het hart, als gevolg; ademhalingsproblemen. Als een aanval langer dan 5 minuten duurt, moet worden ingegrepen. Er hoeft dan nog niets aan de hand te zijn, maar omdat het even duurt voordat de hulpverlening aanwezig is, is het raadzaam na 5 minuten een arts of 100 te bellen. Bij een status is het nodig medicijnen toe te dienen, intraveneus (via de ader). Soms is een opname in een ziekenhuis noodzakelijk. Een bekende kan wel alvast een rectiole toedienen, zodat geen tijd verloren gaat tot een arts komt. Een rectiole is een tubetje gevuld met een vloeibaar medicijn dat de aanval afbreekt.

2. Absences

Het woord absence betekent afwezigheid. Een absence is een gegeneraliseerde aanval. Iemand is gedurende korte tijd buiten bewustzijn, vaak zonder dat andere er iets van merken. De ogen draaien even weg of knipperen. Soms treden kleine schokjes in de handen op, het hoofd kan vooroverzakken, of juist achteroverbuigen. Vaak staart de betrokkene met een lege blik voor zich uit en reageert niet op de omgeving. Voor een buitenstaander lijkt het alsof degene die het betreft aan het dagdromen is. In de regel duren absences niet langer dan een aantal seconden (maximaal een halve minuut). Wel kunnen ze meermalen per dag voorkomen, soms zelfs heel vaak. Op het moment zelf merken mensen die een absence hebben, er niets van. Ze zijn zich er pas van bewust als ze ‘terug’ zijn, bijvoorbeeld omdat ze dan de draad van hun verhaal kwijt zijn. In de klas weten kinderen na een absence even niet waar de leraar gebleven is. Dat kan leerproblemen geven. Een beetje begrip is bij een absence harder nodig dan eerste hulp. Ingrijpen is alleen nodig als gevaar voor verwonding bestaat.

Partiele aanvallen

3. eenvoudige partiele aanvallen

Partiele aanvallen worden zo genoemd omdat ze ontstaan in slechts een deel (part) van de hersenen. Bij een eenvoudig partiele aanval blijft de betrokkene wel bij bewustzijn, maar hij of zij kan niets doen om de aanval tegen te houden. De omgeving merkt vaak niet eens dat er een aanval gaande is. Zo’n aanval kan zich op verschillende manieren uiten, namelijk door:

  • Plotselinge, ongecontroleerde bewegingen van een arm of been.
  • De persoon in kwestie ruikt iets, heeft een vreemde smaak in de mond of voelt ineens prikkelingen en/of tintelingen, bijvoorbeeld in de vingers. Trekkingen om de mond komen ook voor.
  • De betrokkene hoort of ziet gedurende korte tijd dingen die andere niet horen of zien.

4. Complex partiele aanvallen

Bij complex partiele aanvallen is het bewustzijn per definitie gestoord, maar deze stoornis hoeft niet volledig te zijn. De betrokkene beleeft het begin van de aanval vaak bewust. Hij of zij krijgt bijvoorbeeld een onbestemd gevoel vanuit de maag, of ruikt een vreemde geur. Angst komt ook voor. Zo’n voorgevoel of aura kan worden opgevat als een soort waarschuwing. Er zijn verschillende soorten complexe aanvallen, afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de ontlading begint. Het bekendst zijn de temporale aanvallen, die uitgaan langst de slaapkwab of de temporaalkwab. Een aanval vanuit dit gebied in de hersenen kan lijken op slaapwandelen. De betrokkene reageert nog wel, maar als in een droom. De gelaatskleur is meestal bleek, de ogen zijn opengesperd, de blik is starend en angstig. Hij of zij maakt onbewuste bewegingen als smakken, likken, slikken, en/of verricht doelloze handelingen als plukken aan de kleding, wrijven of friemelen. Het gelaat kan rood zijn of juist wit. Rondlopen kan gevaar opleveren, want de betrokkene krijgt geen pijnprikkels. Hij of zij kan zich ergens aan stoten of verbranden aan een hete kraan. Complex partiele aanvallen beginnen geleidelijk, duren over het algemeen één of enkele minuten, waarna het bewustzijn geleidelijk terugkeert. Vaak weet de betrokkene niet goed wat er aan de hand is of waar hij zich bevindt. Ook van de aanval zelf kan hij zich meestal weinig herinneren.

Een eenvoudige partiele aanval kan overgaan in een complex partiele aanval en/of een gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval. Het eenvoudige, partiele begin heet dan aura. Als een aura lang genoeg duurt, kunnen de mensen een veilige plek opzoeken voordat de tonisch-clonische aanval begint.

Wat kunt als iemand een absence heeft, of een partiele aanval?

Bij een absence of een eenvoudig partiele aanval kunt u weinig doen. Deze aanvallen duren maar kort en gaan vanzelf weer over. Anders is het bij een complex partiele aanval. Enkele eerstehulptips die voor de meeste aanvallen gelden:

  • blijf in de buurt en let goed op (neem eventueel de tijd op, kijk hoe de aanval verloopt)
  • probeer de betrokkene niet tegen te houden; de aanval moet zijn beloop hebben en kan niet worden gestopt
  • voorkom gevaar dus houd de betrokkene uit de buurt van water, vuur en verkeer
  • wees rustig; tijdens een aanval kan de betrokkene een verlaagd bewustzijn hebben waardoor een goed bedoelde ‘stevige’ aanpak kan leiden tot een afwijzende of zelfs agressieve reactie. (deze reactie is puur instinctief: u kunt het de betrokkene niet kwalijk nemen.)
  • probeer iemand na een aanval gerust te stellen en te beschermen tegen onaangename ervaringen
  • vertel kalm wat er gebeurd is, stel de persoon gerust en breng hem of haar als het nodig is naar huis

wanneer moet u wel een arts of 112 bellen?

  • Als de betrokkene zich tijdens een aanval ernstig heeft verwond.
  • Als de aanval langer duurt dan 5 minuten of als de ene aanval overgaat in de andere en een ‘status’ dreigt.

Mensen met epilepsie

Mensen met epilepsie zijn gewone mensen met een lastige kwaal. Epilepsie heeft helemaal niks met je verstand of je persoonlijkheid te maken. Er zijn aardige mensen met epilepsie en onaardige; slimme en domme. Maar door de maatschappij worden ze wel als anders behandelt. Kinderen met epilepsie hebben het op school soms wat moeilijk omdat niemand begrijpt wat er met hen aan de hand is en hun klasgenootjes het maar griezelig vinden en niet naast hen willen gaan zitten. Soms plast iemand tijdens een aanval in zijn broek. Tijdens een grote aanval ben je immers bewusteloos en kun je dus ook je plas niet ophouden. Het zou dan ook heel onaardig zijn kinderen met epilepsie daarmee te pesten. Het kan gebeuren dat iemand na een aanval graag wil slapen. De hersenen zijn erg moe omdat ze in korte tijd vreselijk veel tegelijk hebben gedaan. Het is dan niet fijn om direct als een zieke naar huis gebracht te worden, want je bent niet ziek. Er is op school vast wel een bed of een bankje waar je op kan liggen. Soms wordt iemand met epilepsie echt gediscrimineerd. Hij of zij wordt bijvoorbeeld niet uitgenodigd op feestjes of mag niet meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd omdat het team bang is dat het zal verliezen als zo iemand een aanval zou krijgen. Dat is natuurlijk heel erg. Niet het verliezen dus, maar dat iemand daarom niet zou mogen meedoen. Want wat is er nu eigenlijk belangrijk?

 

9 Responses to “Epilepsie”

  1. wat is dat voor naam

    ik vind het niet normaal dat je zo’n een naam heb maar dat is zielig voor daar kan je niks aan doen

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *