Vaak wordt gedacht dat vogels een aparte diersoort zijn omdat ze kunnen vliegen. Dit is echter niet juist. Dieren als vleermuizen en insecten kunnen namelijk ook vliegen. Wat vogels juist bijzonder maakt, is het feit dat ze veren hebben. De diersoort bestaat al miljoenen jaren. Wetenschappers zijn het er niet helemaal over eens, maar aangenomen wordt dat vogels afstammen van de dinosauriërs die hebben leren vliegen nadat ze veren kregen.
Wat zijn de kenmerken van vogels?
De vogels die wij kennen, zijn een heel grote en gevarieerde diersoort. Ze hebben een uniek kenmerk, hun veren. Er is geen enkel ander dier dat veren heeft. Hun verendek wisselt regelmatig. Dit noemen we ook wel ruien, net zoals veel zoogdieren dit doen met hun vacht.
Vogels zijn, net als de zoogdieren, warmbloedig. Dit betekent dat ze hun lichaamstemperatuur kunnen reguleren en houden deze altijd op dezelfde temperatuur.
Vogels lopen op twee poten. De andere twee ledematen zijn dus uitgegroeid tot hun vleugels waarmee ze vliegen. Ademen doen de vogels via hun longen.
Wat eten vogels allemaal?
Iedere vogelsoort heeft zo weer zijn eigen voorkeur voor voedsel. Het ligt ook aan het gebied waar ze leven. Over het algemeen genomen leven vogels van vruchten, zaden, insecten en wormen en rupsen. Roofvogels eten naast andere vogels ook kleine zoogdieren, vissen, reptielen en amfibieën.
Welke soorten vogels zijn er?
Er zijn wel meer dan 10.000 verschillende vogelsoorten bekend die kunnen worden opgedeeld in verschillende categorieën.
Tropische vogels zoals parkieten, toekans en papegaaien leven van nature in tropische gebieden en vallen op door hun felle bonte kleuren. Hiermee willen ze er aantrekkelijk uitzien voor een vrouwtje of mannetje.
Trekvogels zijn vogels die in de zomer in koelere gebieden leven en ’s winters naar warme gebieden trekken om te paren en te overwinteren. Voorbeelden hiervan zijn vinken, kokmeeuwen en spreeuwen. Voor zover bekend is de tapuit de vogel die het verst trekt, namelijk van vanuit Alaska via Azië naar Afrika.
Zangvogels zijn heel sierlijke vogels die heel mooi kunnen zingen. Hiermee proberen ze een partner te lokken. Ook verdedigen ze op deze manier hun territorium. Bekende zangvogels zijn de nachtegaal, merel en zanglijster.
Zwemvogels zoals eenden, zwanen en ganzen zijn vogelsoorten die in en rond het water leven. Ze kunnen niet alleen goed vliegen maar ook dankzij hun zwemvliezen ook goed ‘zwemmen’.
Roofvogels zoals bijvoorbeeld de arend, buizerd en havik, zijn vogels die op andere dieren jagen. Belangrijke kenmerken van deze vogelsoort zijn hun scherpe snavel en sterke scherpe klauwen om hun prooi te kunnen grijpen.
Waarom kunnen vogels vliegen?
Vogels kunnen vliegen omdat hun lichaam een aantal bijzondere aanpassingen heeft ten opzichte van andere dieren. Zo hebben ze veren en zijn hun voorste ledematen omgevormd tot vleugels. Daarnaast hebben vogels heel dunne, holle botten en geen zware kaken en tanden. Dit alles zorgt ervoor dat vogels heel licht zijn. Dankzij de sterke borstspieren kunnen ze hun vleugels krachtig en lang op en neer bewegen.
Hoe planten vogels zich voort?
Bij vogels zijn de mannetjes vaak bijzonder gekleurd. Hiermee proberen ze een vrouwtje te lokken om mee te paren. Dit gebeurt meestal in het voorjaar, omdat er dan veel voedsel te vinden is. De vrouwtjes selecteren een mannetje op hoe hij eruitziet, zijn leeftijd, gedrag en zang.
Nadat het vrouwtje, soms met behulp van het mannetje, een nest heeft gebouwd, gaan ze paren. Het aantal eieren dat het vrouwtje legt, hangt af van de vogelsoort maar ook van de omgeving en hoeveel voedsel er is. De verzorging van de jongen doen ze vaak samen.
Sommige soorten blijven hun leven lang samen, maar sommige gaan direct na de paring uit elkaar of nadat de jongen zijn uitgevlogen.
Comments are closed.