Digitale camera

Voorwoord

Ik doe mijn werkstuk over de digitale camera, omdat mij dat wel interessant lijkt. Verder leek het mij een onderwerp wat niemand zou kiezen en waar de meeste kinderen niet veel van af weten.

Inhoud

  • 1. Aanschaffen
  • 2. Chips & geheugenkaarten
  • 3. De verschillen & hoe werkt een digitale camera?
  • 4. Wat houden de knoppen in?
  • 5. Effecten
  • Nawoord
  • Bronvermelding

Hoofdstuk 1 Aanschaffen

Als je een camera gaat kopen, is het slim om van te voren de maximale prijs af te spreken met jezelf. Voor je het weet, koop je een peperdure camera alleen voor de vakantie. Of je nu een dure of een goedkope camera koopt, er zijn een aantal dingen waar je op moet letten:

Aantal pixels

Elke camera heeft een aantal beeldpunten (pixels) om de foto’s op te bouwen. Dit gaan van 1 megapixel (1 miljoen pixels) tot 22 megapixels. De meest voorkomende is 3 of 4 megapixels.

  • VGA (Versatile Graphics Array) Geschikt voor foto’s op pc & webpublicatie
  • 1 megapixel: Voor vakantie kiekjes op gewoon formaat afdrukken
  • 2 megapixel: Foto’s afdrukken op iets groter formaat
  • 3-4 megapixels: Standaard, voor kwaliteitsafdrukken tot A4 formaat
  • 4-22 megapixels: Professioneel, voor hoge kwaliteit en grote afdrukken

Dit is een foto van een hert die uitvergroot is bij zijn oor

  • Het geheugen: De foto’s van een digitale camera worden opgeslagen in een geheugen. Goede camera’s hebben een verwisselbare geheugenkaart. Je kunt altijd een grotere geheugenkaart kopen als je meer op wil slaan.
  • Lens: Een van de belangrijkste dingen is de lens want zonder een goede lens kun je geen goede foto’s maken.
  • Het LCD-scherm: een beetje digitale camera heeft een goed leesbaar LCD-scherm (Liquid Crystal Display) om je foto’s op te bekijken. Bij goede camera’s regel je via dit LCD-scherm allerlei instellingen.

Waar je ook op kan letten:

  • De zoom: wil je een camera met een zoomlens (om beelden dichterbij te krijgen), kies dan een camera met een optische zoom. Sommige camera’s hebben alleen een digitale zoom (maar daarmee wordt niet echt gezoomd).
  • De flitser: veel digitale camera’s kunnen met weinig licht al redelijk binnenfoto’s maken zonder flits en daarom hebben ze geen standaardflitser. Het is eigenlijk wel verstandig om een camera te kopen met een ingebouwde flitser.
  • Oplaadbare batterijen: kies een camera met oplaadbare batterijen. Dadelijk zit je in de zomervakantie zonder batterijen als je (bijvoorbeeld) een hert ziet in de bossen.

Hoofdstuk 2 chips & geheugenkaarten

Vroeger hadden ze alleen een film die ze een keer konden gebruiken, maar tegenwoordig wordt dit met een chip en een geheugenkaart gedaan. Die kun je altijd wissen en dus ook vaker gebruiken. Het voordeel van een geheugenkaart is ook dat je de digitale foto’s meteen kunt zien, eventueel kunt wissen en opnieuw maken, voordat je ze definitief opslaat op je pc.

Chips:

Het hart van de camera is de chip. Er worden meestal twee typen chips gebruikt: de CCD(charge-coupled device)-chip en de CMOS(complimentary metal oxide semiconductor)-chip. De gevoeligheid van de chip bepaalt de kwaliteit van de foto. Meestal geldt: hoe gevoeliger de chip, hoe beter de kwaliteit van de foto. De CCD-chip is in principe beter, maar is duurder. De CMOS-chip is de goedkope oplossing en de kwaliteit wordt langzamerhand beter.

Geheugen:

In een digitale camera worden foto’s opgeslagen in het geheugen. Elk geheugen kan een bepaald aantal foto’s opslaan. Vaak is het standaardgeheugen van een camera aan de kleine kant en ben je gedwongen om meer geheugenkaarten te kopen. Je kunt de geheugenkaart leeg maken door ze over te zetten naar je pc.

Geheugenkaart:

De meeste camera’s hebben een uitneembare geheugenkaart. Geheugenkaarten zijn niet onderling uitwisselbaar.

Hoofdstuk 3 De verschillen en hoe werkt een digitale camera?

Het is eigenlijk onmogelijk om een analoge camera (gewone camera), waarmee je dia’s en foto’s maakt, te vergelijken met een digitale camera. Een digitale camera werkt ongeveer als een videorecorder waarmee je maar één beeldje tegelijk maakt. Maar toch bekijken we hoe ze allebei werken. Maar eerst een paar woorden die ik uit ga leggen.

  • Lenzenstelsel: een aantal lenzen achter elkaar, zodat alles even veel verkleind wordt en alles in verhouding nog klopt.
  • Diafragma: is een plaatje met een ronde opening waarmee je de hoeveelheid licht die je er door laat kan regelen.
  • Sluiter:de sluiter maakt de diafragma dicht.
  • Optiek: de optiek is het lenzenstelsel, het diafragma en de sluiter bij elkaar.

De analoge camera:

Eenvoudig gezegd bestaat een analoge camera uit een lenzenstelsel, een diafragma en een sluiter. Om ermee te kunnen fotograferen heb je verder nog een dia- of een negatieffilm nodig. Het lenzenstelsel zorgt er voor dat de camera het onderwerp scherp vastlegt, terwijl het diafragma de hoeveelheid licht regelt die op de film valt. Op het moment dat je de ontspanknop indrukt, ontspant de sluiter, valt er licht door de lens en het diafragma en bereikt zo de lichtgevoelige film. De door het licht overgebrachte informatie wordt op de film vastgelegd door een chemische reactie in de lichtgevoelige laag.

De digitale camera

Behalve lens of lenzenstelsel hebben de analoge en digitale camera’s weinig met elkaar gemeen. Maar in de meeste camera zitten een diafragma en een sluiter, dat is bij een digitale camera niet echt nodig. Achter het optiek is het hart van een digitale camera: de lichtgevoelige sensor-chip.

Chip

Deze chip zet het binnenvallende licht meteen om in digitale signalen. Omdat de grote hoeveelheid signalen niet allemaal tegelijk kunnen worden omgezet op het moment dat je de ontspanknop indrukt, is er een heel slim softwareprogramma nodig om onder andere de gegevens, die je nog mist, uit te rekenen. Daarna wordt het herstelde digitale beeld verplaatst naar het geheugen van de camera om daar te worden opgeslagen. Daarna kan je je geheugenkaart leeg maken door de foto’s op de computer zetten. Dan is de geheugenkaart leeg en kan je hem weer gebruiken voor nieuwe foto’s.

Hoofdstuk 4 wat houden de knoppen in?

  • S: sluitertijd
  • A: diafragma
  • P: stelt alles automatisch in
  • Setup: het menu waar je je foto’s, die je hebt gemaakt, kan bekijken en eventueel weer wissen.
  • W: uitzoomen
  • T: inzoomen
  • Foto schieter: de foto maken
  • Ok: het menu vastleggen
  • Power: de digitale camera aan en uit te zetten
  • Zoeker: bedienen van het menu

Hoofdstuk 5 Effecten

Het leuke aan digitale camera’s is dat je steeds na het fotograferen de foto kunt veranderen door een paar effecten toe te voegen.

  • Witbalans: De witbalans zorgt ervoor dat als het nou licht of donker is, je altijd een natuurlijke kleur krijgt.

Bij de digitale camera kun je vaak uit deze effecten kiezen:

  • Automatisch: de camera meet de kleurtemperatuur zelf en past de witbalans aan.
  • Daglicht: voor buiten.
  • Kunstlicht: voor licht van gloeilampen
  • Fluoricentielicht: voor tl- verlichting
  • Bewolkt: spreekt voor zich
  • Diafragma: hoe langer je de diafragma open laat, des te meer er op de foto komt. Stel je bent op een plek met een rijdende auto en je zet de diafragma 10 seconden open, dan zie je een streep op de foto van waar die auto in 10 seconden is geweest.
  • Opmaak: je kunt in de foto’s ook teksten zetten

Nawoord

Aan dit werkstuk heb ik heel lang moeten werken om alle informatie in mijn eigen woorden op te schrijven. Dat is best moelijk, omdat er zoveel moelijke woorden in staan. Ik vond het een erg moelijk maar ook leuk onderwerp om mijn werkstuk over te doen en ik heb er heel veel van geleerd vooral dat ik niet zo laat moet beginnen!

Bronvermelding

 

3 Responses to “Digitale camera”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *