DE WATERNOODRAMP VAN 1953

door

Sanne Groebbe

 

Ik houd mijn spreekbeurt over de watersnoodramp in 1953. Ik heb het gekozen omdat ik het een interessant onderwerp vind en het is dit jaar 50 jaar geleden. En het is op de nacht van 31 januari op 1 februari gebeurd.

Het Begin.

Al meer als 24 uur was er een zware er een zware storm uit het noordwesten. Dan waait er veel zeewater uit de Atlantische oceaan de Noordzee in. Dat kan door de nauwe doorgang tussen Engeland en Frankrijk De straat van Dover niet weg en duwt dan het water de Zeeuwse zeearmen in. Bovendien was het die nacht springtij. Springtij betekent dat er extra hoog water is. Dat gebeurt maar één keer in de maand.  

 De ondergelopen plaatsen.

De Zeeuwse eilanden Schouwen Duiveland, Goeree Overflakkee, Tholen en St. Philipsland werden bijna helemaal overstroomd. Voorne Putten en de Hoekse Waard liepen voor een groot deel onder, en van noord en zuid Beveland en Walcheren kleinere delen. En de Biesbosch werd helemaal overstroomd.  

 Verwoestingen en de ongelukken.

In totaal werden 49.000 huizen en boerderijen getroffen, waarvan 8250 helemaal werden vernield of zwaar beschadigd. 100.000 á 110.000 mensen moesten worden geëvacueerd.

Er zijn 1835 slachtoffers gevallen. Waarvan 525 op Schouwen Duiveland 686 in Zuid Holland, 481 in Goeree Overflakkee, 254 in Noord Brabant en 22 in de rest van Nederland. De zwaarst getroffen dorpen zijn Oude Tonge, 305 doden van de 3088 inwoners.Ouwerkerk: 91 doden van de 656 inwoners en in Nieuwerkerk: 288 doden van de1858 inwoners.

 Maar dat kwam niet alleen omdat ze verdronken, maar ook door de kou. Bijvoorbeeld als bij de mensen het water in het hele huis stond dan moesten ze op het dak gaan zitten. Maar het vroor dus misschien waren er wel; mensen die al heel lang zaten te wachten op hulp en die dan misschien wel onderkoeld raakten! En het stormde natuurlijk ook dus als je op het dak moest gaan slapen dat kon natuurlijk ook niet want door die wind kan je natuurlijk niet slapen en daar word je natuurlijk ook heel erg moe van en daardoor gingen sommige mensen ook wel dood.  

 

 Dijken.

De Zeeuwse eilanden hadden zeedijken die in de tweede wereld oorlog en in de jaren daarna niet goed onderhouden waren en niet opgehoogd. Deze dijken braken op tientallen plaatsen door. De huizen en de boerderijen die vlak achter de dijk lagen werden door de vloedgolf, die door zo’n  doorbraak ontstond, Met de grond gelijk gemaakt.  

Opvanghuizen.

Als de mensen werden geëvacueerd moesten ze natuurlijk ook opvang hebben anders zitten ze nog de hele dag buiten en daar werden sommige scholen voor gebruikt.  

Kinderen.

Er zijn ook kinderen geboren op de zolders waar de moeders naar toe gevlucht waren, en daar zijn ook nog aantallen baby’s van blijven leven.  

Boeren.

Toen al het water weer weg was, Zijn de meeste boeren weer gelijk terug gegaan naar hun landgoed en om te kijken wat er was overgebleven van hun huis en van hun land. Maar de grond was zo bedorven door het zoute water dat het wel 2 jaar kon duren voordat er weer iets kon gaan groeien.  

Vee.

Er zijn tijdens de watersnoodramp 201.000 vee dieren omgekomen. Er zijn ook duizenden koeien geëvacueerd maar die bleven ook niet allemaal leven. En de meeste varkens konden niet blijven leven en werden dan naar het slachthuis gebracht.  

Het Deltaplan

Het deltaplan is een organisatie die overstromingen voorkomt. Ze moesten een goed plan bedenken om niet nog eens zo’n grote waterramp te krijgen. Zo gauw mogelijk werden de dijken verhoogd. Ze hadden een plan bedacht om het water tegen te houden. Dat is het deltaplan. Het is een goede organisatie. Door het verhogen van de dijken kan men het water tegen houden. Het bouwen van dammen en het verhogen van dijken noemt men deltawerken. Er is ook een deltawet. Daarin staat dat alle dijken hoger en sterker gemaakt moeten worden. De eerste grote dam met sluizen is de Haringvliet. Daarna is de Brouwersdam gebouwd.  Als laatste dam is de Oosterscheldekering gebouwd. Deze dam noemen ze ook wel de stormvloedkering en heeft 5,5 miljard gulden gekost. Alleen bij storm wordt de dam gesloten omdat, dan de zoutwater vissen en de oesters blijven leven.    

 

1421

In 1421 is er ook al een keer een overstroming geweest. Een babietje in een wieg is op het water blijven dobberen en is levend aangespoeld ( nog in zijn wiegje ) in Dordrecht.  

Vragen:                                                                        

Hoeveel mensen zijn er overleden?                             Wat waren sommige opvanghuizen?

  1. 201.000  mensen                                                   a. gemeentehuizen
  2. 49.000    mensen                                                   b. scholen
  3. 1835       mensen                                                   c.gewone huizen  

Antwoord: c                                                                Antwoord: b  

Op welke datum is het gebeurd?                                   Hoeveel huizen en boerderijen werden

  1. 2 op 3 februari                                                  er getroffen.
  2. 1 op 2 februari                                                  a. 49.000
  3. 31 januari op 1 februari                                    b. 50.000

                                                                                 c. 59.000

Antwoord: c                                                              Antwoord: a

                                                                                       

 

Hoe lang kon het duren voordat                                     Vanuit welke windrichting waaide het?

er weer iets kon groeien op het land. 

                                                                                   a. Noordwesten

  1. 1 jaar                                                                   b. Zuidoosten
  2. 2 jaar                                                                   c. Zuidwesten
  3. 3 jaar                                                                    Antwoord: a

Antwoord: b

Wil je meer informatie over de WATERSNOODRAMP VAN 1953?? Kijk dan bij GOOGLE.

Google

 Terug naar spreekbeurten